Adekus | Anton de Kom University of Suriname

Modderonderzoek Braamspunt’


Braamspunt is de afgelopen jaren steeds kleiner geworden. Dat komt waarschijnlijk door zowel erosie als door de stijging van de zeespiegel, maar er moet veel meer onderzoek worden gedaan naar de exacte redenen.

"De kust is kwetsbaar, maar hoe kwetsbaar?"

Ivo Evers
De Ware Tijd, 20-Oct-2010

 

Kustbehoud, een groeiend vraagstuk voor Suriname. Zo’n twintig personen toogden vrijdag vroeg naar Braamspunt om er onderzoek te doen naar erosie en sedimentafzetting vlak voor de kust. Met behulp van een viertal hypermoderne instrumenten kan worden bepaald hoe dik de modderlaag op de bodem is, hoeveel slib zich afzet en hoeveel sediment in het water zit.

“Dit is de grote finale”, glundert Erik Toorman, onderzoeker van de Leuvense universiteit, terwijl hij toeziet hoe iedereen druk in de weer gaat op het strand. “Ik was hier voor het eerst in 2002 voor een verkenningsmissie. Sindsdien is het hier ongelooflijk veranderd. Braamspunt is echt een flink stuk kleiner geworden.”Met een bootje wordt tot op honderd meter van de kustlijn gemeten hoe diep het is en wat de watersnelheid is. Met twee andere apparaten, die vlak aan de kust worden neergeplant (en die later zouden verdwijnen tijdens de vloed) kunnen de dikte van de modderbodem, de golfhoogte en andere aspecten worden bepaald. Het is een ingewikkeld samenspel van informatie, maar samengebracht in een computermodel kan het een goed beeld opleveren, zo klinkt het bij monde van Sieuwnath Naipal, hydroloog verbonden aan de Anton de Kom Universiteit (Adekus) en projectleider.

De metingen zijn van groot belang, zo stellen de onderzoekers. Naipal: “De vraag is niet wanneer deze strook land verdwijnt, maar wat bijvoorbeeld de gevolgen zijn voor de vaargeul van de Surinamerivier en of boten hier nog zonder risico’s doorheen kunnen varen. Om dat te weten te komen, moet je metingen verrichten en dat is precies wat we nu doen.” 

Bij de activiteit waren vertegenwoordigers van de Maritieme Autoriteit Suriname, de NCCR, studenten en een docent van Adekus en de Belgische Katholieke Universiteit van Leuven, de Waterloopkundige dienst en het Overliggend Waterschap MCP uit Nickerie.

In Nickerie spelen namelijk dezelfde problemen aan de monding van de Corantijnrivier. Door mee te doen aan het onderzoek kan het afgereisde duo ervaring opdoen en wellicht adviezen uitbrengen: kan daar wel worden gebaggerd, of toch niet?

 

De zee rukt vervaarlijk op

De gehele samenleving weet inmiddels wel dat de Surinaamse kust kwetsbaar is en steeds kwetsbaarder wordt. Dat komt door klimaatverandering en de zeespiegelstijging die daar een gevolg van is, maar ook door verkeerde beslissingen en onverantwoorde acties. Het kappen van mangrove heeft bijvoorbeeld op bijna alle plaatsen een negatief effect. Het aanleggen van een dijk is niet altijd de oplossing.De zee rukt vervaarlijk op en nadert op sommige plekken de Oost-Westverbinding tot op enkele honderden meters, vooral daar waar mangrove moest plaatsmaken voor verkaveling. Het gevolg van onverantwoorde gronduitgiftes aan de kust is erosie (het verdwijnen van de bodem ...red. ), waardoor onder andere vruchtbare grond wordt ingenomen door de zee. Maar de ontwikkeling heeft meer gevolgen: verzilting van landbouwgronden, kapotte infrastructuur, verlies van biodiversiteit en overstromingen zijn allemaal toe te wijzen aan de oprukkende kustlijn.

De ideale, natuurlijke gezonde situatie steunt op drie essentiële ingrediënten: een modderbank die de golven dempt, mangrove dat de modder vasthoudt en zoetwatertoevoer vanuit het binnenland om die mangrove te voeden. Daar waar mangrove is gekapt of de watertoevoer door bijvoorbeeld dijken is afgesloten, ontstaan problemen.

Een goede kustbescherming is van levensbelang. De onderzoeken en metingen die het gezelschap vrijdag uitvoerde, zijn bedoeld om modellen op te stellen. Toorman: “De overheid heeft zo de  beschikking over gegevens om scenario’s te kunnen bekijken, daar getallen op te plakken om meer gegronde beslissingen te kunnen nemen. Met de resultaten die wij gaan aanbieden, kunnen beleidsmakers zowel vooruit als achteruit kijken in de tijd.”Maar de Belgische onderzoeker zegt ook dat de activiteiten op wetenschappelijk niveau van belang zijn. “Internationaal is er heel wat belangstelling voor dit project, onder andere vanuit Nederland, Frankrijk en de Verenigde Staten. Mexico en Guyana kampen met gelijkwaardige problemen voor hun kust. Suriname is voor onze discipline een schitterend natuurlijk laboratorium.” 

Ondertussen worden de eerste metingen al ter plekke verwerkt op een laptop. Met grote interesse kijken alle aanwezigen naar de driedimensionale grafieken die op het beeldscherm verschijnen. “Kijk”, zegt Naipal, “de golfactiviteit neemt af op deze grafiek. Dat komt omdat het eb wordt. Tenminste, dat is de hypothese. Straks als het weer vloed wordt voeren we dezelfde test uit, dan kunnen we het zeker weten!”Die data liet dus op zich wachten, omdat geen rekening werd gehouden met de snelheid van die vloed. Naipal wachtte tot ‘s avonds laat op de apparatuur ter waarde van vijfduizend Amerikaanse dollar om op te doemen uit zee, terwijl de rest van de club allang thuis was om weekend te vieren.

 

‘Capaciteitsvergroting’

Vrijdag stond natuurlijk niet op zich: al jarenlang worden metingen verricht, op Matapica en Braamspunt. De voorlopige modellen die hieruit zijn opgemaakt, worden vandaag gepresenteerd in de University Guesthouse. Vrijdag kwam namelijk een einde aan de voorlopige samenwerking tussen Adekus en Leuven, dat vijf jaar duurde. 

Tegenslag was er wel degelijk: zo kwamen de onderzoekers er na een jaar pas achter dat één van de instrumenten niet werkte. Daardoor ging bijna een jaar aan veldwerk verloren. “We kunnen nog geen echte conclusies trekken”, stelt Toorman, “maar we weten wel dat wat eerdere studies schreven, door ons nogmaals wordt bevestigd. We begrijpen bovendien steeds beter welke processen voor een gezonde en ongezonde situatie zorgt.”Het project kostte in totaal zo’n 300.000 euro en werd grotendeels gefinancierd door België. De helft van het budget werd uitgegeven aan meetapparatuur. De samenwerking met de katholieke universiteit is bedoeld als ‘capaciteitsvergroting’ van de Surinaamse collega-instelling. “De kennis en kunde om met de apparatuur om te gaan was er bijvoorbeeld niet. Door zoveel mogelijk mensen uit te nodigen, willen we dat wel bereiken”, stelt Toorman.

Nu de Leuvense wetenschappers zijn vertrokken, zal Naipal alle touwtjes in handen moeten houden. Het bedienen van de apparatuur is geen sinecure en er moet veel tijd worden vrijgemaakt door verschillende instellingen. “Maar het wordt een maatschappelijk probleem, dus het is wel degelijk nodig”, verzekert Naipal.Ondanks alle inspanningen is nog steeds niet wetenschappelijk aan te tonen hoe kwetsbaar de kusten van Suriname zijn, maar met doorzettingsvermogen van alle belanghebbenden komt de samenleving daar vanzelf achter.

 

De ontvanger van de boodschap (dus de persoon van het Nationaal Coördinatiecentrum voor Rampenbeheersing) staat veilig op het droge en denkt er niet aan een heroïsche actie te ondernemen. Achteraf geen onverstandige beslissing, want ondanks de zoektocht wordt de apparatuur niet gevonden en zit er niets anders op dan te wachten tot laat in de avond, tot het water zich weer terugtrekt. Hydrologisch onderzoek doen is voor liefhebbers, zo blijkt. “Je moet in ieder geval goed kunnen zwemmen”, meldt één van de waterratten.

 

Ivo Evers -